News

News - Greensolver

Retrouvez toute l'actualité de Greensolver et du secteur éolien.

Greensolver levert HSE advies aan ib vogt in Nederland

Greensolver is de HSE adviseur van ib vogt voor het 9,3 MWp Geldermalsen project.

Greensolver, onafhankelijk technisch expert op het gebied van wind- en zonprojecten, en is door het Duitse ib vogt aangesteld als adviseur voor hun Health & Safety beleid in Nederland.

...
Rate this blog entry:
0
Continue reading

Best practice voor de constructie van wind- en zonneparken

Het bouwen van wind- en zonneparken kost tijd en vergt een aanzienlijke investering. Het is daarom van groot belang een deskundige constructiemanager in te schakelen. De constructiemanager zorgt ervoor dat de constructie binnen de tijdsplanning en binnen het budget blijft, waarbij hij/zij tevens de kwaliteit en veiligheidsstandaarden waarborgt. In dit artikel delen wij een paar punten waar een constructiemanager rekening mee moet houden.

Voor de constructie: planning
Een goede planning is cruciaal om een project tot een succes te brengen, met name omdat tijdens de bouw meerdere partijen afhankelijk zijn van elkaars voortgang en planning. De eerste stap voor een constructiemanager is dan ook het maken van een Project Management Plan, een formeel document dat als leidraad dient voor de gehele constructie. In dit document staat onder andere de scope van het project, het budget en uiteraard de tijdsplanning. Naast het Project Management Plan (PMP) zijn er meerdere documenten die in de planningsfase gemaakt worden, zoals:

...
Rate this blog entry:
0
Continue reading

Hoe zorg je voor een optimaal design van een zonneveld?

Een succesvol zonneproject begint altijd met een goed ontwerp/design. Een goed ontwerp zorgt voor een optimale verhouding tussen de kosten van de installatie en de verwachte output. Echter een goed doordacht ontwerp zorgt ook voor lagere onderhoudskosten. Wij krijgen regelmatig vragen met betrekking tot het ontwerpen van zonneparken. In dit artikel nemen wij u a.d.h.v. deze vragen mee in een aantal keuzes en overwegingen die gemaakt moeten worden bij het ontwerp van een park.
 
Waar begin ik bij het ontwerp van een zonnepark?
Om tot een goed ontwerp te komen, moeten eerst de uitersten worden verkend. Als eerste wordt bepaald wat het maximaal op te stellen vermogen op een locatie is. Hierbij wordt slechts rekening gehouden met de ‘fysieke’ beperkingen van een locatie. Deze beperkingen kunnen bijvoorbeeld zijn ingegeven door de verleende vergunning (hoogte beperkingen, opstellingsrichting), aan te leggen landschappelijke inrichting, minimale rijafstanden i.v.m. onderhoud, aanwezige sloten etc. Door kleine onderlinge rijafstanden zal deze variant leiden tot een opstelling met veel interne parkschaduw (schaduw van het ene paneel op het andere paneel) en dus een relatief lage productie per paneel. Hier staat tegenover dat in absolute zin de meeste kWh’en worden geproduceerd. De uitvulfactor van deze opstellingsvariant ligt op ongeveer 0,6 tot 0,7 hetgeen betekent dat 60-70% van het oppervlakte wordt gebruikt voor panelen.
Aan de andere kant van het spectrum wordt een opstellingsvariant doorgerekend waarbij de panelen optimaal produceren. Hierdoor zal de rijafstand groter moeten zijn, om zodoende interne parkschaduw te voorkomen. De productie per paneel is dan optimaal, maar er kunnen minder panelen geplaatst worden op de locatie dus de absolute hoeveelheid kWh’en zal significant lager zijn. In deze variant zal de uitvulfactor ongeveer 0,2 – 0,3 zijn.
Wanneer de uitersten bekend zijn kan aan de hand van een aantal iteraties de optimale opstelling bepaald worden. Wat optimaal is zal sterk afhangen van de algemene vaste kosten van de locatie zoals de gebruikskosten van de grond, leges, netinpassing etc. Bij hoge vaste kosten zal meer kWh opgewekt moeten worden om te komen tot de laagste kostprijs per kWh. 
 
Hoe beïnvloedt de SDE+ mijn ontwerp?
Met betrekking tot voornoemde iteraties moet ook goed het subsidiesysteem in beschouwing worden genomen. Nederland heeft met de SDE+ regeling een subsidieregeling die gemaximeerd is in het aantal vollasturen. Bovendien kan binnen de SDE+ regeling forward en backward worden ‘gebankt’ hetgeen betekent dat onder en overproductie tussen jaren gecompenseerd kan worden. Wanneer desondanks na 15 jaar tijd de beschikte subsidie niet volledig gebruikt is, kan het restant worden gebruikt in jaar 16 (het bankingjaar). Voorgaande heeft grote gevolgen voor het ontwerp van een zonnepark. Het kan over het algemeen namelijk financieel niet uit om meer te produceren dan gemiddeld 950 vollasturen. De kosten om deze kWh’en te produceren zijn er wel, echter de compensatie ontbreekt (of slechts de grijze marktprijs). In aanvulling hierop kan het, door toepassing van een optimale configuratie, juist wel lonen om gebruik te maken van het 16e jaar (het banking jaar). De design consequentie is dat panelen veelal platter worden gelegd en dat een extra aantal iteraties nodig is om tot een optimaal design te komen.  
 
Wat is de beste aanpak m.b.t. omvormers?
De omvormer is een van de duurdere en onderhoudsgevoelige onderdelen binnen een zonnepark. Aangezien de zonnepanelen slechts een aantal keer per jaar op volledige capaciteit zullen produceren zal bij het ontwerp getracht worden om zo min mogelijk omvormers te plaatsen. Hierdoor zal de overload factor omhooggaan. De overload factor is de verhouding tussen de capaciteit van de omvormer en het opgestelde vermogen. Door de omvormers te onder dimensioneren kunnen kosten voor omvormers worden bespaard. De consequentie hiervan is dat op momenten van piekproductie, een klein deel van de productie verloren gaat (ca. 1%-3%). Afhankelijke van de exacte kosten van de omvormers en de locatie specifieke energie productie kan op deze wijze het ontwerp verder worden geoptimaliseerd.
Nog een reden om omvormers te onder dimensioneren
Het piekvermogen van een zonnepaneel (kWp) is het vermogen dat tijdens de tests in de fabriek worden gehaald onder Standard Test Conditions (STC). Deze test condities (onder andere een lichtinval van 1.000 W/m2 (bij loodrechte instraling) en een paneel temperatuur van 25⁰ Celsius) worden in de praktijk echter niet gehaald. Het zonlicht In Nederland is vrijwel altijd minder intens dan 1.000 W/m2. Een hogere paneel temperatuur resulteert in een daling van het rendement. De paneel temperatuur ligt al snel op 20⁰ – 30⁰ C hoger (afhankelijk van de hoeveelheid instraling, koeling door luchtstroming en de buitentemperatuur). Een paneel temperatuur van 45⁰ C kan leiden tot een vermogensverlies van 8 – 9 %. Een lagere paneel temperatuur zorgt voor het tegenovergestelde effect. We zien overload factoren van 20% tot 40% Bij een overload factor in Nederland van 20% dient rekening te worden gehouden met een klein productieverlies tijdens hoge instraling. Dit weegt echter niet op tegen de winst tijdens lagere instraling. Want bij onder dimensioneren wordt een omvormer zwaarder belast en heeft daardoor een hogere efficiency. 
 
Relatie tussen Ontwerp en Onderhoud
Onderhoudskosten worden in hoge mate bepaald door twee zaken: 1. de keuze voor het materiaal gebruik en 2. het ontwerp van het zonnepark. Dat de keuze voor het materiaal meeweegt in de onderhoudskosten spreekt voor zich (zie ook onze voorgaande artikelen). Bij het ontwerp dient daarnaast goed nagedacht te worden over het onderhoud van het operationele park, zoals bijvoorbeeld de aanleg van onderhoudswegen, de bereikbaarheid van panelen en de omvormers, de inrichting van het terrein, het plaatsen kabeltracés, de keuze voor de groenvoorziening, gebruik van grassoorten, plaatsing van de hekken/afrasteringen, afstanden tot sloten etc. De keuzes die hier gemaakt worden bepalen in hoge mate het aantal onderhoudsuren dat nodig is op locatie.
Een veel vergeten voorbeeld om het park te optimaliseren is de tussenafstand tussen panelen. Deze wordt vaak gesteld op circa 2 meter om zodoende voldoende ruimte te laten voor machines voor onderhoud. Vaak kan deze tussen rijafstand kleiner gemaakt worden als er rekening mee wordt gehouden dat de machines aan de ene zijde kunnen manoeuvreren onder de hoge zijde van de panelen. Bij een tafel van 3 panelen in portrait en een hoek van 20 graden is het hoogste punt als snel 2,40 meter. Hetgeen ongeveer een halve meter extra ruimte biedt voor de machines. Op een groot perceel kunnen dan weer 1 of 2 rijen extra panelen worden geplaatst. Het loont dus om goed na te denken over het onderhoud en hier in het ontwerp al reeds rekening mee te houden. 
 
Is het zinvol om met trackers te werken?
We krijgen in onze praktijk ook veel vragen over het nut van zogenoemde solar-trackers (single of multi-axle). Een zonnepaneel presteert optimaal onder een hoek van 34⁰-36⁰ graden en een azimuth van 0⁰ graden (zuiden). Wanneer de panelen niet 100% op zuid georiënteerd staan, maar bijvoorbeeld 5⁰ graden afwijken dan leidt dat tot mindere prestaties. Dit effect kan worden voorkomen door de panelen met de zon te laten meedraaien en dus continue optimaal op de zon gericht te houden. Door de zon te volgen kan in Nederland, in theorie ongeveer 25% meer productie worden gehaald zonder rekening te houden met additionele verliezen (zoals schaduw). Trackers verhogen echter de installatie kosten en leiden tot hogere onderhoudskosten door meer draaiende delen. Bovendien is het geïnstalleerd vermogen kleiner door de benodigde ruimte voor de tracker tafels. Er moet rekening worden gehouden met 10-12% hogere aanschafkosten en 3-4% hogere operationele kosten. In de Nederlandse praktijk, een klimaat met veel diffuus licht, hebben wij nog geen voorbeelden gezien waarbij de winst van het gebruik van trackers opweegt tegen de hogere kosten. 
 
Oost-West een zinvol alternatief ontwerp?
Bij een zogenaamde Oost-West opstelling liggen de panelen niet op het zuiden georiënteerd, maar richting het Oosten en het Westen, de panelen liggen onder een kleinere hoek (8⁰ – 15⁰ graden). Een zonnepark met een zuid opstelling heeft een typische energieopbrengst met een steile piek rond de middag. In de ochtend en in de avond is er weinig tot geen energieopbrengst. Een Oost-West opstelling daarentegen heeft een minder steile piek rond de middag maar meer opbrengst in de ochtend en de avond, hetgeen ook gevolgen heeft voor het aantal omvormers en de overload factor. Door de kleinere hoek van de panelen, is er minder schaduw van de panelen onderling. Het geïnstalleerd vermogen (kWp/m2) is daardoor hoger (uitvulfactoren van 0,9 zijn mogelijk) bij een park met Oost -West opstelling. Afhankelijk van de PPA en de ontwikkeling van de elektriciteitsprijs kan dit in de komende jaren lucratief zijn gezien dat op de APX, de elektriciteitsprijs op de dag markt in de ochtend en de avond gemiddeld hoger ligt dan rond de middag. Hoe meer zon er geïnstalleerd zal gaan worden hoe interessanter dit zal worden. Met name in de regio’s in Nederland met relatief hoge zoninstraling (>950 flh) en projecten met hoge algemene kosten adviseren wij om ook een Oost-West opstelling goed door te rekenen.
 
Greensolver hoopt u door middel van de afgelopen artikelen inzicht te hebben gegeven in een aantal technische aspecten m.b.t. zonneparken. Deze serie van artikelen willen we besluiten met een laatste artikel waarin we ingaan op een ander kennis vlak van Greensolver, namelijk: het Asset Management. Wij zullen u in dit artikel informeren over de meerwaarde van goed Asset management voor een zonnepark en hoe dit in zijn werk gaat.

Rate this blog entry:
0

De vijf meest voorkomende problemen met omvormers!

Als Greensolver beheren wij 800 MW aan assets voor onze klanten. We zien dat productieverlies bij PV-installaties veelal is te wijten aan het niet goed functioneren van de omvormers. Defecten aan omvormers kunnen leiden tot significante productieverliezen. Waar de panelen verantwoordelijk zijn voor het opwekken van de elektriciteit, zijn de omvormers verantwoordelijk voor het omzetten en in-voeden van het vermogen in het net. De juiste performance van omvormers is daarom zeer belangrijk. Hieronder hebben wij vijf veel voorkomende problemen met omvormers voor u uiteengezet.
 
Verkeerde installatie
Een wellicht voor de hand liggend maar toch veel voorkomend probleem met omvormers is een verkeerde installatie van de omvormers. Dit kan variëren van het fysiek verkeerd aansluiten tot aan het verkeerd instellen van de omvormers. De constructie van een PV-installatie wordt meestal uitgevoerd door een EPC partij, welke op haar beurt installateurs aanstelt. In deze context is de expertise van de installateurs van groot belang. Om een juiste installatie te waarborgen is het noodzakelijk om over de door de fabrikant van de omvormer geleverde documentatie te beschikken. Bij de oplevering van het zonnepark of tijdens de ingebruiknamefase van het project kan vervolgens een juiste installatie gecontroleerd worden. Dit wordt gedaan door een aantal testen uit te voeren, hierbij kan gedacht worden aan: een opbrengst test, het op afstand kunnen aan- en afschakelen, regeling van het blind vermogen, etc.
Daarnaast is het ook belangrijk om de opleveringsdocumetatie (as-built) in bezit te hebben, zodat later goed aanspraak gemaakt kan worden onder de afgegeven garanties, bijvoorbeeld in het geval van een defect.

Oververhitting
Omvormers zijn opgebouwd uit elektronische componenten en daarom gevoelig voor (hoge) temperaturen. Hoge temperaturen zullen leiden tot een significante afname van de productie en kunnen zelfs leiden tot een productiestop als de maximale operationele temperatuur bereikt wordt. Reeds bij het ontwerp moet derhalve worden vastgesteld of de beoogde koelingstechnieken voldoende zijn en deze voldoende capaciteit hebben. Het is bijvoorbeeld van groot belang dat de schakelkast en het gebouw waarin de omvormer(s) is (zijn) geplaatst goed zijn geventileerd. Naast een beoordeling van het initiële ontwerp is het zeer aan te raden om tijdens de operationele periode de koeling ook regelmatig te controleren en vast te stellen dat het koel- of ventilatiesysteem ook daadwerkelijk goed functioneert. In aanvulling daarop kan nog een aantal maatregelen worden genomen om te hoge temperaturen te voorkomen, te denken valt aan: het installeren en het schoonmaken van stoffilters, luchtstroom belemmerende begroeiing verwijderen etc.
 
Isolation Error
Een ander veel voorkomend probleem is de zogenaamde ‘isolation error’. Deze fout ontstaat als gevolg van een kortsluiting tussen verschillende spanningsdelen en de omvormer zal dan een ‘isolation error’ rapporteren. De sluiting is meestal het gevolg van een combinatie van vocht en een beschadiging aan de afscherming van de bekabeling, verkeerde installatie, niet goede aansluiting van de DC kabels bij het paneel of vocht in het aansluitdeel van het PV paneel. Met name in gebieden met een hoge luchtvochtigheid en gebieden bij zee zal dit vaker voorkomen.
In het geval van een Isolation Error zal de omvormer volledig stoppen met functioneren of blijven werken op het minimale “vereiste” isolatie niveau. In de tussentijd presteert de omvormer niet op haar maximale capaciteit. In beide gevallen gaat dus productie verloren. Het is hier zaak om te waarborgen dat de DC kabels van goede kwaliteit zijn en goed worden geïnstalleerd, lees: dat de kabeldoorvoeringen waterdicht worden afgewerkt. Ter voorkoming is het verder belangrijk dat de beschermingsgraad (IP) juist wordt gekozen voor de omvormerkast en het omvormergebouw.
Let op! bij een isolatiefout kunnen er levensgevaarlijke spanningen op de geleidende delen van de installatie staan! Zorg dat het onderhoud te allen tijde volgens de geldende veiligheidsnormen wordt uitgevoerd.
 
Converter herstart na een network storing
Na een netwerk storing moet een omvormer in staat zijn zichzelf weer op te starten (indien er geen andere defecten zijn). Bijvoorbeeld, door spanningspieken welke ontstaan tijdens het plotselinge afschakelen zouden beveiligingen het systeem kunnen afschakelen. Indien de omvormer zichzelf niet opstart zal een service team zal dan op locatie moeten komen om het systeem weer in bedrijf te brengen. Dit zal dan leiden tot onnodig productieverlies.
Daarom is niet alleen het merk van de omvormer van belang, maar ook de kwaliteit van de gebruikte onderdelen en het gebruik van een goed 24/7 monitoringssysteem om defecten zo snel mogelijk te detecteren. Indien dit niet goed geregeld is zullen alle PV-panelen aangesloten op de omvormer geen vermogen kunnen leveren tot het defect is ontdekt en een monteur het defect heeft hersteld. Dit soort problemen komt met name voor in gebieden waar de netwerkverbinding niet altijd stabiel is.
 
 
De MPPT-modus
Moderne omvormers werken op basis van de MPPT-methode. MPPT staat voor Maximum Power Point Tracking en deze modus is ontwikkeld om de performance van omvormers te maximaliseren. Vanwege de omvang van huidige grotere PV-installaties worden er meerdere rijen van PV-panelen in serie aan elkaar geschakeld (zogenaamde strings). Deze strings worden vervolgens tezamen aangesloten op een omvormer. Echter niet alle strings produceren evenveel vermogen als gevolg van bijvoorbeeld schaduw, andere opstelling, defect in een paneel etc. Daarnaast leveren de strings verschillende spanningen en het verschil tussen de strings hierin varieert continu. Het algoritme van de MMPT-modus is zodanig ontworpen dat de omvormer ondanks deze verschillen in strings altijd de meest optimale aanvoer spanning gebruikt. Hierdoor wordt zo maximaal mogelijk elektriciteit geproduceerd.

...
Rate this blog entry:
0
Continue reading

De vijf meest voorkomende problemen met panelen?

Wij beheren 800MW aan duurzame energie assets voor onze klanten en we zien regelmatig dat productieverlies bij solar assets te wijten is aan de panelen. Problemen met panelen kunnen leiden tot een productieverlies tot wel 20%. Een slecht presterend paneel beinvloedt namelijk de productie van een hele string van panelen. Daarom is het van groot belang om problemen met panelen zo spoedig mogelijk te identificeren en te verhelpen. Goed asset management loont hier!
 
We hebben de meest voorkomende problemen met panelen voor u op een rijtje gezet:

Hot spots
Hot spots zijn plekken op de panelen die teveel belast worden en daardoor warm worden. Hot Spots in panelen worden voornamelijk veroorzaakt door slecht gesoldeerde verbindingen of zijn het gevolg van een structureel defect in de zonnecellen.
Slecht gesoldeerde verbindingen zorgen voor een lage weerstand in het deel van het paneel dat het vermogen opvangt dat door de cel moet worden opgewekt. De electrische spanning kan hierdoor stijgen hetgeen leidt tot een hot spot in de gesoldeerde punten en/of in een cel (zie foto). Dit verschijnsel kan uiteindelijk leiden tot kortsluiting en vermindert de prestaties en de levensduur van het PV-paneel.

...
Rate this blog entry:
0
Continue reading

Hoe verbeter je de project yield?

Niet zelden zien we voor de zonneparken welke Greensolver beheert dat de daadwerkelijke energieopbrengst afwijkt van de oorspronkelijk verwachte energetische opbrengst. Een juiste inschatting van de yield op locatie is echter van cruciaal belang voor een correct ontwerp van het systeem en daarmee de operationele prestatie. Hetgeen directe invloed heeft op de financiering c.q. waarde van het project.
 
Het startpunt voor het ontwerp van ieder zonnesysteem is de bepaling van de Global Horizontal Irradiation (GBI). GBI is de cumulatieve zonnestraling gedurende het jaar op een oppervlak, veelal uitgedrukt in kWh/m2. De GBI is in eerste instantie afhankelijk van de plek op de aarde. De plek op aarde bepaalt de lichtintensiteit gedurende het jaar op de locatie. Deze is goed te modelleren aan de hand van astronomische wetmatigheden. De grootste onzekerheid zit echter in de reductie van de zonne-instraling in en door de atmosfeer. Deze reductie wordt bepaald door locatie specifieke, klimatologische en meteorologische factoren, zoals bijvoorbeeld:

  • Absorptie door de atmosfeer (ozon, zuurstof, waterdamp etc.)
  • Verstrooiing in de atmosfeer (Rayleigh/ Mie scattering)
  • Reflectie op de oppervlakte (albedo-waarde)
  • Etc.

Moderne PV-design tools (zoals PVSol, PVSyst) maken inschattingen van deze factoren aan de hand van satellietdata. Bijvoorbeeld de PVGIS of NASA-SSE databases, welke op haar beurt weer opgebouwd zijn uit andere datasets, waaronder: GEOS-1, ISCCP D-1, GOES, POES, ISSCP, Meteostat etc. datasets. Deze datasets bevatten data uit de periode 1983 – 2005. Ondanks een relatief hoge betrouwbaarheid van de P50, P90 waardes geven de verschillende tools vaak verschillende uitkomsten. Deze verschillen worden veroorzaakt door het gebruik van verschillende datasets en algoritmes.
 
Om te komen tot een eensluidend en meer betrouwbare uitkomst is ‘lange termijn correlatie’ het toverwoord. Aanvullende correlatie kan gezocht worden met andere lokale bronnen zoals bijv. meteo data van meteorologische instituten, weerstations etc.
 
Een ander zeer betrouwbaar alternatief is correlatie en extrapolatie a.d.h.v. daadwerkelijke metingen ter plaatse op de locatie. Met een juist geïnstalleerde en gekalibreerde pyranometer, de huidige norm in solar is ISO 9060:1990, en pyrheliometer (voor zowel GHI/DNI-meting) kunnen exact de lokale omstandigheden worden gemeten. Ook is het mogelijk om te meten onder de hoek waaronder de panelen uiteindelijk geplaatst worden. De foutmarge kan met een juiste meting worden teruggebracht naar 1% - 2%.
 
Deze verhoogde betrouwbaarheid zal leiden tot betere p90 waarden voor het project, minder risico in het project en dus tot betere financieringsvoorwaarden. Uiteraard zijn kosten verbonden aan het uitvoeren van de meting en het analyseren van de uitkomsten. Een locatie specifieke afweging zal gemaakt moeten worden om te bepalen of de kosten opwegen tegen de baten.

Rate this blog entry:
0

Greensolver index: Geanonimiseerd rapport

Door uw eigen turbines te vergelijken met andere turbines in de database, krijgt u een realistisch en objectief overzicht van de performance van uw turbines en dit stelt u bijvoorbeeld in staat uw onderhoudspartij uit te dagen.

Alle Nederalndse windturbine eigenaren komen nu in aanmerking voor gratis inschrijving tot en met 30 april.

...
Rate this blog entry:
0
Continue reading
Lees ook de Greensolver brochure.

Van de aanleg tot de exploitatie van windparken en zonnecentrales is het onze rol om het rendement van uw investeringen te verbeteren, door de kwaliteit van onze dienstverlening en doordat wij goed weten wat investeerders verwachten.